Naar boven ↑

Update

Nummer 41, 2026
Uitspraken van 8 oktober 2026 tot 14 oktober 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. drs. T.J. Post, mr. O.G.M. Arkesteijn, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M. Barendregt, mr. S.C. Frinking, mr. M.J. van Gils, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Conclusie A-G De Bock: werknemer bouwt tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen op tegen loonwaarde
In AR 2026-1603 concludeert A-G De Bock in de prejudiciële vraag over opbouw van vakantiedagen tijdens de slaapperiode. Op grond van de Europese rechtsregels is de opbouw van vakantiedagen gekoppeld aan het daadwerkelijk hebben gewerkt, maar geldt daarop een uitzondering voor onder meer arbeidsongeschikte werknemers. Arbeidsongeschikte werknemers bouwen dus vakantiedagen op hoewel zij niet hebben gewerkt. Ook volgt uit het EU-recht dat aan het ontstaan van het recht op vakantie geen voorwaarde mag worden verbonden. Het Nederlandse recht doet dat nu juist wel. Artikel 7:634 lid 1 BW stelt de opbouw van vakantiedagen immers afhankelijk van het recht op loon. Hierdoor bouwen werknemers tijdens een slapend dienstverband geen vakantiedagen op. Dit is in strijd met het EU-recht. Gelet op de directe werking van het recht op vakantie, zoals neergelegd in artikel 31 lid 2 Handvest, moet artikel 7:634 lid 1 BW door de rechter buiten toepassing worden gesteld voor wat betreft de opbouw van vakantiedagen tijdens een slapend dienstverband. De rechtspraak van het Hof van Justitie EU biedt geen aanknopingspunten om een uitzondering te aanvaarden op de Unierechtelijke uitgangspunten dat (a) ook een zieke werknemer vakantiedagen tegen loonwaarde opbouwt, en (b) dat daaraan geen voorwaarden (zoals loonbetaling) mogen worden verbonden. Tegen deze achtergrond luidt het antwoord op de prejudiciële vraag  dat de arbeidsongeschikte werknemer ook tijdens een slapend dienstverband vakantiedagen tegen loonwaarde opbouwt.

HvJ EU: niet-erkennen van wachttijd als arbeidstijd leidt – ondanks rechtspraak – nog niet tot staatsaansprakelijkheid als daardoor niet ook de maximale arbeidsduur wordt overschreden
In AR 2026-1604 oordeelt het Hof van Justitie EU dat het niet erkennen van ‘wachttijd’ als ‘arbeidstijd’ weliswaar een schending van artikel 2 Arbeidstijdenrichtlijn oplevert, maar dat daardoor nog geen ‘schadevergoedingsplicht’ ontstaat, als niet ook de maximale arbeidsduur (feitelijk) wordt overschreden (art. 6 Arbeidstijdenrichtlijn). Bovendien preciseert het Hof dat voor eventuele immateriële schadevergoeding onvoldoende is dat de richtlijn niet (juist) is omgezet. De werknemer zal concrete schade moeten aantonen die het gevolg is van deze niet-omzetting.

HvJ EU: cumulerende tijdelijke deeltijdarbeidsovereenkomst met arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd telt mee bij aanspraak vakantieloon en maaltijdvergoeding
In AR 2026-1605 oordeelt het Hof van Justitie EU dat het uitsluitend betrekken van de voltijdse arbeidsovereenkomst voor de berekening van vakantieverlof (en loon) en maaltijdvergoedingsgrondslag in strijd is met artikel 7 Arbeidstijdenrichtlijn en raamovereenkomsten deeltijdwerk en bepaalde tijd. Het Hof preciseert dat vakantieverlof ook het (grond)recht op loon omvat en het niet meetellen van de deeltijduren tot een lagere (gemiddelde) vakantiebeloning zou leiden. Hetzelfde geldt voor de maaltijdvergoeding die naar nationaal recht als loon werd beschouwd.

Ktr.: detachering vanuit Indiase moeder aan Nederlandse dochter leidt tot arbeidsovereenkomst met dochter. Herkwalificatie arbeidsvoorwaarden leidt tot (deels onaanvaardbare) verrekeningen
In AR 2026-1590 oordeelt de kantonrechter dat ruim 10 jaar detachering vanuit India aan de Nederlandse dochter waarbij bovendien de (verlenging van) detacheringsovereenkomsten op enige moment ontbraken, leidt tot een dienstverband met de dochter. Omdat geen loonafspraken zijn gemaakt, geldt op grond van artikel 7:618 BW het gebruikelijke loon. De loonvordering wordt toegewezen, vermeerderd met 25% wettelijke verhoging en wettelijke rente. De op de expatregeling gebaseerde zorgverzekeringsvergoedingen zijn na mei 2020 onverschuldigd betaald en geen arbeidsvoorwaarde geworden. Volledige terugbetaling is echter in strijd met goed werkgeverschap, omdat de Nederlandse vennootschap de gewijzigde rechtsverhouding niet heeft erkend en werknemer niet op een aanzienlijke terugvordering hoefde te rekenen. Omdat werknemer ook de nadelige gevolgen van de door hem ingeroepen arbeidsovereenkomst moet dragen, wordt de terugbetalingsverplichting beperkt tot € 6.000 (ongeveer de helft van de gevorderde kosten).

Ktr.: werknemer heeft na overgang van onderneming op basis van dynamisch incorporatiebeding recht op aanvullende ontslagvergoeding Sociaal Plan uit ING-cao
In AR 2026-1583 oordeelt de rechter dat werknemer na uitbesteding van diensten krachtens overgang van onderneming de dynamisch geïncorporeerde ING Cao behouden heeft. Het Arbeidsvoorwaardenprotocol tussen ING en CBRE doet hieraan niet af, nu CBRE het beding na de overgang niet heeft gewijzigd. Hoewel het ING Sociaal Plan niet in de personeelsgids is opgenomen, volgt uit de ING-cao dat het sociaal plan daarvan onderdeel uitmaakt. Werknemer kan daarom aanspraak maken op het ING Sociaal Plan 2025-2027.

Ktr.: ondanks ernstig verwijtbaar handelen geen billijke vergoeding
In AR 2026-1580 oordeelt de kantonrechter dat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door een werknemer – ondanks kortgedingvonnis – niet toe te laten tot de werkzaamheden. De billijke vergoeding wordt evenwel op nihil gesteld. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de arbeidsovereenkomst vanwege de verstoorde verhouding niet heel lang meer zou voortduren. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt is de verwachting dat werknemer spoedig ander werk zal vinden tegen gelijkwaardige beloning. Werknemer heeft aangegeven arbeidsgeschikt te zijn en geen beperkingen te hebben in eigen werk. De verwachting is verder dat aan werknemer een WW-uitkering wordt toegekend waardoor de inkomensschade en pensioenschade beperkt zullen zijn. 

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. drs. T.J. (Theo) Post (hoofdredactie)

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hoge Raad

Hof

Rechtbank