Naar boven ↑

Update

Nummer 4, 2026
Uitspraken van 22 januari 2026 tot 28 januari 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. R. van Hemert, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Wetsvoorstel Loontransparantie naar RvS
Op 19 januari (21 januari gepubliceerd) is het gewijzigd wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen aan de Raad van State gestuurd. Via deze link kan het gewijzigd voorstel van wet worden bestudeerd.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HR: referteperiode artikel 7:610b BW hoeft niet noodzakelijkerwijs onmiddellijk vooraf te gaan aan periode waarop verzoek betrekking heeft. Bewijslast van tegendeel rust op werkgever
In AR 2026-0159 oordeelt de Hoge Raad dat met een succesvol beroep op het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW in beginsel de arbeidsomvang vaststaat, ook voor periodes voor of na de gekozen referteperiode. Het is dan niet (meer) aan de werknemer om over deze andere periodes te bewijzen wat de arbeidsomvang bedraagt, maar aan de werkgever om het tegendeel te bewijzen.

Hof (eindarrest Uber-zaak): chauffeurs hebben geen arbeidsovereenkomst wegens sterke mate van ondernemerschap
In AR 2026-0160 treffen we het eindarrest van het Hof Amsterdam aan in de zogenoemde Uber-zaak. Het hof oordeelt dat het niet heeft kunnen vaststellen dat de chauffeurs die voor Uber werken dat doen op basis van een arbeidsovereenkomst, vanwege de sterke mate van ondernemerschap (gezichtspunt ix). Factoren die hierbij onder meer van belang zijn, zijn de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun (elektrische) auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten (geen ritten met lange aanrijtijd bijv.) en de daarbij behorende verdiensten, het gebruik van fiscale vrijstelling en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. Ook blijkt dat het app-gebruik sterk fluctueerde (van een groot aandeel via Uber, naar weer klein). Ook het feit dat de chauffeurs gebruik hebben gemaakt van de TOZO-regeling en de sector een van oudsher door zelfstandigen gekenmerkte markt behelst, weegt mee. Uit de diverse informatiebronnen blijkt dat chauffeurs veel uren per week werken. Wanneer dat exclusief voor Uber is, zou die omstandigheid een contra-indicatie voor ondernemerschap kunnen zijn; wanneer dat daarentegen via verschillende bronnen is, zou dat juist een indicatie voor ondernemerschap kunnen zijn. Wanneer een chauffeur op meerdere apps tegelijk is ingelogd, is dat moeilijk te verenigen met het hebben van een arbeidsovereenkomst met Uber. Deze omstandigheid duidt veeleer op ondernemerschap. Volledigheidshalve wijst het hof er daarbij op dat bepaald niet is uitgesloten dat op grond van de specifieke omstandigheden van een individuele chauffeur, diens arbeidsrelatie met Uber wel een arbeidsovereenkomst blijkt te zijn.

NB Aanstaande vrijdag zullen we mogelijk weten of Vbar of Zelfstandigenwet de voorkeur van de coalitiepartijen geniet.

Hof: Uit “ik ben positief in zin van verlenging he …. blijf alsjeblieft” mag geen toezegging tot verlenging worden afgeleid
In AR 2026-0161 oordeelt het hof (onder meer) over de vraag of werkgever een toezegging heeft gedaan tot verlenging van een tijdelijk contract. Tijdens een gesprek (dat werknemer heimelijk heeft opgenomen) merkt de directeur op dat werknemer – senior jurist – te veel werk van junior niveau blijft doen, maar merkt over het contract op: “ik ben positief in zin van verlenging he …. blijf alsjeblieft”. Het hof oordeelt dat hieruit niet mocht worden afgeleid dat de voortzetting van het tijdelijk contract een gegeven was. Evenmin was sprake van een verboden onderscheid op grond van leeftijd door op te merken dat werknemer voor het ‘abc-werk’ te duur was. Deze opmerking had betrekking op het senior niveau qua functioneren en niet op de kosten van werknemer voor werkgever. Het hof maakt ook een opmerking over de heimelijke opnames van werknemer. Wegens het ontbreken van gelijkwaardigheid past voorzichtigheid bij het op waarde schatten van de transcripties.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. L. (Linde) Kirkpatrick (hoofdredactie)

Hoge Raad

Hof

Rechtbank