Naar boven ↑

Update

Nummer 39, 2026
Uitspraken van 24 september 2026 tot 30 september 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. drs. T.J. Post, mr. O.G.M. Arkesteijn, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M. Barendregt, mr. S.C. Frinking, mr. M.J. van Gils, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Wetsvoorstel borging onafhankelijkheid cao-partijen
Ter internetconsultatie ligt een wijziging van artikel 2 WCAO voor, waarin de onafhankelijkheid van vakbonden wordt geregeld. De nieuwe (concept)wettekst luidt als volgt: ‘Verenigingen van werkgevers of van werknemers zijn slechts bevoegd tot het aangaan van een collectieve arbeidsovereenkomst indien hun statuten deze bevoegdheid met name noemen, zij één of meer leden hebben in de werkingssfeer van de overeenkomst en zij onafhankelijk van elkaar zijn, dat wil zeggen vrij van inmenging van de één in de zaken van de ander bij de oprichting, de uitoefening van werkzaamheden of het beheer van hun organisaties.’
De concepttoelichting geeft aan dat met deze verankering het advies van de Stichting van de Arbeid is gevolgd om invulling te geven aan ILO-verplichtingen. Tevens wordt in deze memorie van toelichting ingegaan op de gevolgen van een collectieve regeling die is gesloten met een niet-onafhankelijke werknemersvereniging: nietigheid. Klik hier om de regeling te lezen.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HvJ EU: Informatierichtlijn garandeert recht op informatie, maar niet het materiële recht zelf
In AR 2026-1516 oordeelt het Hof van Justitie EU dat artikel 8 Informatierichtlijn niet eraan in de weg staat dat naar nationaal recht een bepaalde loonvordering is verjaard. De richtlijn garandeert immers het recht op informatie, maar niet de rechten waarover geïnformeerd moet worden. Die materiële rechten vloeien veelal voort uit andere (Unierechtelijke) regels.

Hof: Martinair/KLM-overgang van ondernemingskwestie over pensioen en loonvorderingen alsook het toetreden tot cao’s met terugwerkende kracht
In AR 2026-1492 staat het vervolg van de Martinair/KLM-overgang van ondernemingskwestie (wederom) centraal. In deze procedure gaat het onder meer over de vraag welke cao en pensioenregeling van toepassing zijn en of werknemers aanspraak hebben op loon nu ze ook gedurende een langere periode niet hebben gewerkt. KLM heeft gesteld dat de vrachtvliegers tot 1 januari 2022 niet bereid waren tot het verrichten van arbeid voor KLM, zodat zij geen aanspraak hebben op betaling van loon. Volgens het hof is hier echter sprake van een situatie waarbij, ondanks het ontbreken van de bereidheid tot het verrichten van de arbeid aan de zijde van de werknemer, het risico van het niet verrichten van de arbeid aan de zijde van de werkgever valt. KLM had tot aan het wijzen van het arrest door het Hof Den Haag niet de bereidheid de vrachtvliegers met de uit de overgenomen arbeidsovereenkomst voortvloeiende bedongen arbeid te belasten en kan daarom de vrachtvliegers niet tegenwerpen dat zij geen (expliciete) bereidheid hebben uitgesproken tot het verrichten van arbeid voor KLM en daarom geen aanspraak hebben op betaling van loon.

Hof: besluit vakbond tot toelating werkgever met terugwerkende kracht en wijziging werkingssfeer, niet in strijd met statuten vakbond genomen
In AR 2026-1504 oordeelt het hof dat het besluit van Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers (VNV) om KLM met terugwerkende kracht en een gewijzigde werkingssfeer toe te laten treden tot de Martinair-cao’s niet in strijd is met de statuten van VNV en evenmin in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Artikel 23.3 van de statuten biedt het bestuur van VNV de mogelijkheid om in bijzondere gevallen besluiten te nemen zonder voorafgaande toestemming van de Martinair-vliegervergadering. Voor toepassing daarvan is vereist dat zich omstandigheden voordoen die kwalificeren als een ‘bijzonder geval’. Het ligt op de weg van VNV om hiertoe (voldoende) concrete feiten en omstandigheden te stellen. Anders dan de vliegers betogen, is het hof van oordeel dat VNV daaraan heeft voldaan. Evenals de rechtbank overweegt het hof dat bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een bijzonder geval moet worden betrokken dat de (inspraak)bevoegdheden van de vliegervergadering de kern raken van een vakbond als VNV. Dat betekent evenwel niet dat, zoals de vliegers betogen, de (inspraak)bevoegdheden van de leden in alle gevallen doorslaggevend zijn in die zin dat het bestuur altijd eerst de leden dient te raadplegen en zich daarbij altijd naar de uitkomst van die raadpleging heeft te richten. Het voorgaande in acht nemende is het hof van oordeel dat het besluit van 9 juli 2021 een bijzonder geval betrof als bedoeld in artikel 23.3 van de statuten. Daarbij acht het hof van belang dat er geen sprake was van reguliere cao-onderhandelingen over de materiële inhoud van de in de cao vastgelegde rechten en plichten en met het besluit van 9 juli 2021 geen inhoudelijke wijzigingen zijn aangebracht in de (arbeidsvoorwaarden van de) Martinair-cao’s. Het besluit strekte juist tot behoud van de toepasselijkheid van de bestaande arbeidsvoorwaarden.

Ktr.: aanpassing loon wegens standaard-cao-bepaling, maar werkgever mag te veel betaald loon niet met terugwerkende kracht verrekenen
In AR 2026-1511 oordeelt de kantonrechter over een geval waarbij werknemer verkeerd bleek te zijn ingeschaald onder een standaard-cao-regeling. De kantonrechter oordeelt als volgt. De standaard-cao bevat een dwingend salarishuis en werknemer was op 1 juli 2016 nog geen zes maanden in actieve dienst, zodat hij toen geen recht had op de hogere trede. De kantonrechter gaat daarom uit van een vergissing die bij de promotie in 2024 heeft doorgewerkt in een opnieuw te hoge inschaling. Van Transavia kan niet worden verlangd dat zij deze fout blijft toepassen. Daarbij weegt mee dat werknemer met toepassing van de standaard-cao heeft ingestemd, Transavia gehouden is deze strikt toe te passen, er geen afwijkende afspraak is komen vast te staan en er geen rechtvaardiging bestaat om werknemer meer te betalen dan collega’s met dezelfde functie en senioriteit. Transavia mocht de inschaling daarom per 1 maart 2025 corrigeren. De verrekening van het te veel betaalde salaris over januari en februari 2025 is echter in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Transavia heeft tweemaal een fout gemaakt, heeft deze pas na lange tijd ontdekt en de fout was niet zo evident dat werknemer deze eerder had moeten ontdekken. 

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. drs. T.J. (Theo) Post (hoofdredactie)

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hof

Rechtbank