Naar boven ↑

Update

Nummer 36, 2026
Uitspraken van 3 september 2026 tot 9 september 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. drs. T.J. Post, mr. O.G.M. Arkesteijn, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M. Barendregt, mr. S.C. Frinking, mr. M.J. van Gils, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Rb.: ontslag statutair bestuurder na wisseling eigenaarschap onderneming (h-grond) wel ernstig verwijtbaar, maar geen billijke vergoeding
In AR 2026-1409 oordeelt de rechtbank over het ontslag van een statutair bestuurder dat sprake is van een voldragen h-grond. Bestuurder geeft aan nieuwe aandeelhouder aan dat zij verschillen van visie over de inrichting van de onderneming, de bedrijfsvoering en zijn eigen positie. In een e-mail doet de bestuurder een voorstel tot beëindiging, van wat later blijkt enkel zijn statutair positie maar niet zijn volledige dienstverband. Niettemin wordt bestuurder bij BAVA ontslagen. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een h-grond (verschil van inzicht). Ook al zou werknemer als titulair bestuurder aanblijven, er was nog steeds sprake van verschil van inzicht over het te voeren beleid. De wijze waarop werkgever heeft gehandeld door te snel door te pakken naar ontslag in plaats van met elkaar in gesprek te gaan, maakt wel dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, maar dit handelen staat los van de ontslaggrond. Het fundamentele verschil van inzicht was er ondanks het ernstig verwijtbaar handelen.

Ktr.: referteperiode ABU Cao Uitzendkrachten derogeert referteperiode artikel 7:610b BW
In AR 2026-1396 oordeelt de voorzieningenrechter over de arbeidsomvangbepaling als volgt. Artikel 7:610b BW bepaalt weliswaar dat de bedongen arbeid wordt vermoed een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van arbeid in de drie voorafgaande maanden, maar de toepasselijke cao bevat voor de situatie van arbeidsongeschiktheid een nadere regeling. Uit de cao volgt dat voor de vaststelling van de arbeidsomvang in geval van ziekte moet worden gekeken naar de dertien weken voorafgaand aan de eerste ziektedag. De eerste ziektedag van werkneemster was 11 mei 2026, zodat deze periode leidend is. 

Ktr.: werknemer moet recherchekosten naar elders werken tijdens ziekte vergoeden. Geen recht op terugbetaling van loon, omdat niet is komen vast te staan dat werknemer bij juiste weergave van feiten re-integratieverplichtingen zou hebben, noch dat sprake is van een causaal verband bij schending goed werknemerschap
In AR 2026-1393 oordeelt de rechter naar aanleiding van een werknemer die tijdens ziekteverlof bij een schildersbedrijf van een vriend (vermoedelijk) werkzaam is. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de recherchekosten van het onderzoeksbureau (€ 23.500) redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 BW. Over de terugbetaling van loon tijdens het ziekteverlof oordeelt de rechter als volgt. Het verzoek om het tijdens ziekte betaalde loon terug te betalen wordt afgewezen. De bedrijfsarts had werknemer volledig arbeidsongeschikt geacht voor zijn eigen werkzaamheden. Hoewel werknemer de bedrijfsarts onjuist heeft geïnformeerd, staat daarmee niet vast dat hij bij juiste informatie had moeten re-integreren en zijn re-integratieverplichtingen vervolgens niet zou zijn nagekomen. Werkgever was daarom in beginsel op grond van artikel 7:629 BW gehouden het loon door te betalen. Dat werknemer zich mogelijk niet als goed werknemer in de zin van artikel 7:611 BW heeft gedragen, maakt het betaalde loon bovendien niet tot schade: het loon was verschuldigd op grond van de arbeidsovereenkomst en er ontbreekt causaal verband tussen het handelen van werknemer en de loonbetaling.

Ktr.: niet verlengen tijdelijk contract wegens frequent ziekteverzuim die zijn oorzaak vindt in endometriose leidt tot verboden indirect onderscheid wegens chronische ziekte
In AR 2026-1386 oordeelt de rechter dat het niet verlengen van een tijdelijk contract wegens frequent ziekteverzuim, terwijl werkneemster overigens goed functioneert, een vorm van indirect verboden onderscheid op grond van chronische ziekte oplevert. Werkneemster leed aan endometriose, wat als chronische ziekte wordt bestempeld. De kantonrechter komt daarom tot de conclusie dat als vaststaand moet worden aangenomen dat de staat de arbeidsovereenkomst niet heeft verlengd en niet heeft voortgezet vanwege de chronische ziekte. Daarmee heeft de staat in strijd gehandeld met artikel 4 Wgbh/cz. Handelen in strijd met het verbod van onderscheid van artikel 4 Wgbh/cz is naar het oordeel van de kantonrechter aan te merken als ernstig verwijtbaar handelen van de staat. Werkneemster heeft daardoor recht op een billijke vergoeding. Zij vroeg € 46.837,41 aan billijke vergoeding, wat overeenkomt met een brutojaarsalaris. De kantonrechter kent een billijke vergoeding toe van het bruto-equivalent van een bedrag van € 4.325,28 netto. De kantonrechter acht het aannemelijk dat het contract van werkneemster inderdaad zou worden verlengd, maar houdt bij het berekenen van de hoogte van de billijke vergoeding rekening met de Ziektewetuitkering die werkneemster ontving. Werkneemster heeft sinds de beëindiging van het dienstverband een Ziektewetuitkering van € 2.597,11 netto. Toen zij in dienst was bij de staat verdiende zij netto € 2.957,55. Haar inkomensverlies bedraagt dus € 360,44 netto per maand en € 4.325,28 netto over een periode van twaalf maanden. Dit bedrag is als billijke vergoeding toegewezen.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. drs. T.J. (Theo) Post (hoofdredactie)

Hof

Rechtbank