Naar boven ↑

Update

Nummer 31, 2026
Uitspraken van 30 juli 2026 tot 5 augustus 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. drs. T.J. Post, O.G.M. Arkesteijn, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M. Barendregt, mr. S.C. Frinking, M.J. van Gils, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Rb.: ziekmelding statutair-bestuurder dag voor (B)AVA, tast ontslagbesluit (wegens vermeend ontbreken raadgevende stem) niet aan
In AR 2026-1199 staat de vraag centraal of ziekmelding daags voor de BAVA gevolgen heeft voor het (arbeidsrechtelijke) ontslagbesluit. Bestuurder stelt zich op het standpunt dat zij niet is gehoord en haar raadgevende stem niet (goed) is betrokken. De rechtbank oordeelt als volgt. Hoewel bestuurder zich de dag vóór de BAVA heeft ziekgemeld, hoefde de vergadering daarom niet te worden uitgesteld. Bestuurder had zich niet voor de vergadering afgemeld, haar ziekmelding was niet onderbouwd en haar was aangeboden telefonisch aan de vergadering deel te nemen, waarop zij niet heeft gereageerd. Bovendien heeft zij voorafgaand aan de BAVA, zowel persoonlijk als via haar advocaat, uitvoerig haar visie op het voorgenomen ontslag naar voren kunnen brengen. Daarmee is voldaan aan haar recht om te worden gehoord en haar raadgevende stem uit te brengen. Dat een bestuurder haar raadgevende stem mag uitbrengen, betekent niet dat een aandeelhouder van een voorgenomen ontslagbesluit moet afzien; alleen wanneer het uitbrengen van die raadgevende stem evident een wassen neus is, is sprake van strijd met artikel 2:227 lid 7 BW. Daarvan is in dit geval geen sprake. Ook het betoog dat er sprake was van een voldongen feit faalt. Dat de vennootschap voorafgaand aan de BAVA een beëindigingsvoorstel heeft gedaan, betekent niet dat het ontslagbesluit al vaststond. 

Ktr.: bewust twee vaststellingsovereenkomsten kort na elkaar door werknemer laten tekenen om daarmee (de tweede) bedenktermijn teniet te doen, maakt werkgever ernstig verwijtbaar handelend
In AR 2026-1210 oordeelt de kantonrechter dat het binnen een half uur sluiten van een eerste vaststellingsovereenkomst (VSO) met bedenktermijn en vervolgens de tweede VSO (zonder bedenktermijn) niet is toegestaan. De bedenktermijn is dwingend in de wet opgenomen met als doel de werknemer te beschermen (artikel 7:670b BW). Het is niet zo dat door de werknemer min of meer tegelijkertijd twee VSO’s te laten tekenen die bescherming buiten toepassing blijft. Werkgever heeft die bescherming aan werknemer willen onthouden en wist, of behoorde te weten, dat hij werknemer daarmee ernstig benadeelde. Dat valt hem zeer aan te rekenen. Dat werknemer zich had laten bijstaan door een juridisch adviseur doet niet af aan de verwijtbaarheid van dit handelen.

Ktr.: drie keer ontbinding op de h-grond (detentie en ontbreken BIG-registratie)
In AR 2026-1202 oordeelt de kantonrechter dat van een werkgever niet hoeft te worden verlangd het dienstverband in stand te laten na veroordeling van werknemer tot elf jaar gevangenisstraf wegens het plegen van een levensdelict.
In AR 2026-1216 oordeelt de kantonrechter eveneens dat ontbinding op de h-grond gerechtvaardigd is na veroordeling van werknemer wegens het plegen van diefstal met een vuurwapen. In beide gevallen was de werkgever evenmin een transitievergoeding verschuldigd.
In AR 2026-1208 wordt de arbeidsovereenkomst op de h-grond ontbonden wegens inhoudsloosheid. Werkneemster kon, nu zij niet beschikt over een BIG-registratie, niet haar werk uitvoeren als arts bij werkgeefster. Zij kwam vanwege de omstandigheid dat zij niet stond ingeschreven in het BIG-register ook niet in aanmerking voor een geldige verblijfsvergunning als kennismigrante en deze kon zij ook niet binnen afzienbare tijd verkrijgen. Vast stond aldus dat werkneemster haar eigen functie als arts niet kan en mag uitoefenen bij werkgever. Werkgever is wel een transitievergoeding verschuldigd.

Ktr.: verzoek trambestuurster om arbeidsduurvermindering ex artikel 2 Wet flexibel werken tot 16 uur afgewezen wegens zwaarwegende bedrijfsbelangen (veiligheid en belang van werkritme)
In AR 2026-1222 oordeelt de kantonrechter over de vraag of een verzoek tot aanpassing van de arbeidsomvang van 20 uur naar 16 uur per week mocht worden geweigerd door werkgever. Omdat in het schriftelijke verzoek van werkneemster de opgaaf van de ingangsdatum ontbrak, is de termijn van artikel 2 lid 3 Wfw niet gaan lopen en heeft het niet tijdig reageren van GVB niet het van rechtswege intreden van de aanpassing ten gevolge. Volgens de kantonrechter is er bovendien sprake van zwaarwegende bedrijfsbelangen vanwege veiligheidseisen: trambestuurders moeten ten minste 24-uursdiensten draaien om voldoende ‘vlieguren’ te blijven maken.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. drs. T.J. (Theo) Post (hoofdredactie)

Hof

Rechtbank