Naar boven ↑

Update

Nummer 29, 2026
Uitspraken van 16 juli 2026 tot 22 juli 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. drs. T.J. Post, O.G.M. Arkesteijn, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M. Barendregt, mr. S.C. Frinking, M.J. van Gils, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Arbobesluit dossier invulling voor Wet invoering meld- en vergewisplicht arbeidsongevallen voor uitleners ter internetconsultatie
Volgens de Arbeidsomstandighedenwet moet de inlener de risico’s op de arbeidsplaats beperken. De verantwoordelijkheid van de uitlener is minder uitgewerkt in de Arbeidsomstandighedenwet. Op voorstel van de regering heeft het parlement ingestemd met de Wet invoering meld- en vergewisplicht arbeidsongevallen voor uitleners. Hierin is invulling gegeven aan de verantwoordelijkheid en zorgplicht van de uitlener voor de gezondheid en veiligheid van de ter beschikking gestelde werknemer. Daartoe is in de wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: de wet) een verplichting toegevoegd voor de uitlener om arbeidsongevallen waarbij een door hem ter beschikking gestelde werknemer betrokken is, te melden aan de toezichthouder zodra de uitlener daarvan op de hoogte is (de meldplicht). Met het oog daarop heeft de inlener, die al verplicht is om een arbeidsongeval te melden bij de toezichthouder, de verplichting om het arbeidsongeval ook te melden aan de uitlener van de ter beschikking gestelde werknemer. Daarnaast geldt een vergewisplicht voor de uitlener om na het arbeidsongeval met een door hem ter beschikking gestelde werknemer onder andere na te gaan of de inlener de nodige maatregelen neemt of zal nemen zodat er weer veilig gewerkt kan worden. Het doel van deze in deze wet opgenomen maatregelen is om de arbeidsomstandigheden te verbeteren van degenen die ter beschikking worden gesteld voor het verrichten van arbeid, vooral als het gaat om kwetsbare arbeidsmigranten. De uitleners moeten de dossiers ten minste vijf jaar bewaren.  

Met deze wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt, gelet op artikel 23a, vijfde lid, van de met de Wet invoering meld- en vergewisplicht arbeidsongevallen voor uitleners gewijzigde Arbeidsomstandighedenwet, invulling gegeven aan wat in het dossier moet worden vastgelegd door de uitlener zodra deze op de hoogte is van een arbeidsongeval als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van die wet. Daarnaast wordt gelet op artikel 23a, zevende lid, nadere invulling gegeven aan de verstrekking van de informatie door de inlener aan de uitlener op grond van artikel 23a, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet evenals nadere regels voor het dossier.
Het streven is om wet en besluit 1 juli 2027 in werking te laten treden. 

De voorgenomen wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit ligt nu ter inzage. Reageren is mogelijk tot 25 augustus 2026 via de internetconsultatie Arbeidsomstandighedenbesluit meld- en vergewisplicht uitleners.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Hof: Bunny Bunny Bar-werknemers hebben te laat geklaagd
In AR 2026-1100 en AR 2026-1101 oordeelt het hof na verwijzing van de Hoge Raad (20 september 2024, AR 2024-1178) in de bekende Bunny Bunny Bar-zaak dat werknemers niet tijdig hebben geklaagd over het gebrekkige overwerkloon. Werknemer wist al jarenlang dat overuren volgens de cao moesten worden gecompenseerd of betaald. De gestelde overuren waren niet incidenteel maar structureel (ongeveer 13 uur per week). Werknemer klaagde pas in april 2018 formeel over de niet-betaalde overuren. De stelling van werknemer dat hij niet eerder durfde te klagen vond het hof onvoldoende geloofwaardig, omdat uit zijn eigen stukken bleek dat hij en collega's juist regelmatig over de uren discussieerden met werkgeefster. Volgens het hof heeft het late klagen werkgeefster een belangrijk nadeel bezorgd. Als eerder was geklaagd, had werkgeefster de overuren kunnen compenseren met vrije tijd zoals de cao voorschrijft. Ook had de werkgeefster de werkzaamheden anders kunnen organiseren om structureel overwerk te voorkomen.

Hof: uitleg bonusregeling Verisure (Hoge Raad 2024) brengt met zich dat basisloon in mindering komt op gerealiseerde bonusomzet (ondanks andersluidende bepaling in de arbeidsovereenkomst)
(Verwijzingsarrest na HR 13 december 2024, AR 2024-1542) Het hof (AR 2026-1095) moest oordelen of de bonus bovenop het basisloon komt of dat het basisloon de drempel is die moet worden overschreden voordat het meerdere tot uitkering komt. Het hof overweegt dat ingevolge artikel 7:655 lid 1 aanhef en onder h en lid 3 BW Verisure werknemer binnen een maand na aanvang van de werkzaamheden op heldere en transparante wijze had moeten uitleggen, en gezien de complexiteit van de regeling bij voorkeur voorzien van (schriftelijk) naslagmateriaal, hoe de bonusregeling door haar werd uitgelegd en toegepast. Dat dit niet is gebeurd, valt Verisure in het kader van goed werkgeverschap te verwijten maar is niet doorslaggevend voor de uitleg die werknemer voorstaat. Het hof stelt in dat kader vast dat werknemer ingevolge de arbeidsovereenkomst (oproepovereenkomst) bekend was met de hoogte van zijn basisloon (€ 2.000 bruto per maand) dat hij ten minste zou ontvangen, ook bij tegenvallende verkopen. Verder ontving hij maandelijks, voor het eerst in oktober 2019, een bonusoverzicht. Hiermee kreeg hij inzicht in (de waarde van) de door hem behaalde bonuscomponenten en hieruit heeft hij, gelet op de informatie onderaan het overzicht, (moeten) kunnen begrijpen dat na vaststelling van het totaalbedrag van de bonuscomponenten, het basissalaris daarvan af werd getrokken, en dat Verisure dit heeft bedoeld met de bepaling in de arbeidsovereenkomst dat de bonus “bovenop” het vaste salaris komt.

Ktr.: nieuwe klachten over werknemer na verleend ontslag op staande voet dienen als steunbewijs voor verweten gedrag
In AR 2026-1115 staat een ontslag op staande voet van een masseur centraal. Voldoende is gebleken dat werknemer zich tijdens de behandelingen van de twee klaagsters seksueel grensoverschrijdend heeft gedragen. Hun verklaringen zijn onafhankelijk van elkaar afgelegd, stemmen op belangrijke punten overeen en zijn geloofwaardig, nu zij elkaar niet kenden, vaste klanten waren en geen belang hadden bij hun klachten. Dat zij tijdens of direct na de massage niet hebben geprotesteerd, doet daaraan niet af. De meldingen van twee vrouwen die zich pas na het ontslag op staande voet hebben gemeld, kunnen niet als zelfstandige ontslaggrond dienen, maar mogen wel als steunbewijs meewegen, omdat zij hetzelfde patroon van seksueel grensoverschrijdend gedrag bevestigen. Werknemer heeft de klachten slechts in algemene zin ontkend en geen verklaring gegeven voor de vergelijkbare ervaringen van meerdere vrouwen. Gelet op de aard van het werk van een masseur, waarbij klanten zich in een kwetsbare positie bevinden, leveren de gedragingen een dringende reden op. Daarbij weegt mee dat werknemer een ervaren masseur en voormalig massage-instructeur is, zodat hij zich in versterkte mate bewust moest zijn van de professionele grenzen.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. drs. T.J. (Theo) Post (hoofdredactie)

Hof

Rechtbank