Naar boven ↑

Update

Nummer 27, 2026
Uitspraken van 2 juli 2026 tot 8 juli 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. drs. T.J. Post, O.G.M. Arkesteijn, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M. Barendregt, mr. S.C. Frinking, M.J. van Gils, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen
De Eerste Kamer heeft dinsdag 7 juli gedebatteerd en gestemd over de Wet meer zekerheid flexwerkers. De wet is aangenomen. De fracties van GroenLinks-PvdA, Volt, ChristenUnie, CDA, D66, SP, PvdD, VVD, PVV, 50PLUS, Visseren-Hamakers en OPNL stemden voor het wetsvoorstel van minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De fracties van SGP, FVD, JA21, BBB, Van de Sanden, Walenkamp, Beukering en Van Gasteren stemden tegen. Een motie van de BBB-fractie over het uitwerken van maatregelen voor werkgevers is aangenomen.

Wetsvoorstel Modernisering concurrentiebeding naar de Raad van State
Afgelopen week is het wetsvoorstel Modernisering concurrentiebeding naar de Raad van State gestuurd voor advies. De voorwaarden voor het rechtsgeldig aangaan van het beding zijn aangescherpt en de vergoeding (50% van het loon) voor de duur is gehandhaafd. Het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zijn hier te raadplegen. 

Internetconsultatie Platformrichtlijn
De internetconsultatie voor de implementatie van de Platformrichtlijn is sinds vorige week openbaar. Onderdeel van deze implementatie is een rechtsvermoeden van werknemerschap voor platformwerkers (art. 3 Wet platformwerk). Bij de uitwerking wordt uitgegaan van vijf criteria die tevens een indicatie vormen van feitelijke leiding en feitelijk toezicht. Dit zijn de volgende criteria:
a. het digitaal arbeidsplatform bepaalt of beïnvloedt de hoogte van de vergoeding;
b. door of namens het digitaal arbeidsplatform wordt de verdeling of toewijzing van opdrachten bepaald;
c. er wordt door of namens het platform toezicht gehouden op de uitvoering van de werkzaamheden;
d. de vrijheid om taken te aanvaarden of te weigeren wordt door of namens het digitaal arbeidsplatform beperkt, waaronder door het opleggen van sancties;
e. de persoon die platformwerk verricht, wordt door het digitaal arbeidsplatform verplicht specifieke bindende regels in acht te nemen met betrekking tot het uiterlijk, het gedrag ten aanzien van de afnemer van de dienst of de uitvoering van het werk. Deze criteria worden opgenomen in een algemene maatregel van bestuur.

Naast dit rechtsvermoeden worden ook transparantieverplichtingen geïntroduceerd en eisen gesteld aan gegevensverwerking en algoritmisch management. Er kan tot en met 24 augustus worden gereageerd op het conceptwetsvoorstel.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HR: uitleg artikel 7.1 Cao Gemeenten: ‘arbeidsongeschiktheid in en door de dienst’ vereist in beginsel dat er sprake is van buitensporige werkomstandigheden in actieve dienst (schending re-integratieverplichtingen in beginsel onvoldoende)
In AR 2026-1051 staat de vraag centraal of de aanvullende uitkering van artikel 7.1 Cao Gemeenten vereist dat werkneemster daadwerkelijk arbeid heeft verricht of dat de vereiste ‘in en door de dienst’ ook kan zien op nalatige re-integratie door de Gemeente zonder dat werkneemster arbeid heeft verricht. De A-G (De Bock) gaat uitgebreid in op deze aanvullende uitkeringsregeling die voor ambtenaren geldt en legt allerlei verbanden met andere rechtspositionele regelingen. Zij concludeert dat in beginsel de buitensporige werkomstandigheden waaraan een ambtenaar is blootgesteld de toegang tot artikel 7.1 Cao Gemeenten rechtvaardigt en daarmee in beginsel een zekere uitoefening van werkzaamheden vereist. In uitzonderlijke gevallen kan deze bepaling ook gelden bij inactiviteit. De enkele omstandigheid dat reeds door een rechter is bepaald dat de Gemeente ernstig verwijtbaar heeft gehandeld ten aanzien van de re-integratie, is onvoldoende.

Hof: werkgever die geldlening tegen 7% rente aan werknemer verstrekt, is consumentenkredietgever die informatieplicht en onderzoeksverplichting naar kredietwaardigheid heeft
In AR 2026-1039 oordeelt het hof dat een geldlening van € 50.000 aan een werknemer kwalificeert als consumentenkrediet. De vordering van (ex-)werkgever tot terugbetaling van de lening wordt afgewezen, omdat hij de informatieplicht en onderzoeksplicht naar kredietwaardigheid niet vooraf aan de kredietverstrekking is nagekomen (art. 7:60 BW). Artikel 7:58 lid 2 onder f BW maakt een uitzondering voor ‘kredietovereenkomsten waarbij het krediet als nevenactiviteit door een werkgever rentevrij of tegen een jaarlijks kostenpercentage dat lager is dan gebruikelijk op de markt, aan zijn werknemers wordt toegekend, en die niet aan het publiek in het algemeen worden aangeboden’. Daarvan was in casu geen sprake.

Ktr.: geen billijke vergoeding ondanks ernstig verwijtbaar handelen werkgeefster
In AR 2026-1050 oordeelt de kantonrechter dat, hoewel er sprake is van een onterecht ontslag op staande voet en daarmee in beginsel sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, werknemer toch geen aanspraak heeft op een billijke vergoeding. Daarbij weegt mee dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kort daarna van rechtswege zou zijn geëindigd, werknemer inmiddels een beter betaalde baan heeft gevonden en zijn inkomensverlies daardoor beperkt is. Ook heeft werknemer zelf bijgedragen aan het ontstaan van het geschil door tijdens zijn re-integratie onvoldoende coöperatief op te treden, zonder toestemming een taakstraf uit te voeren en informatie over zijn arbeidsrelatie met werkgeefster in ChatGPT te delen.

Ktr.: ICT-werknemer die weigert naar het werk te komen omdat hij ‘liever ’s avonds en ’s nachts werkt’ handelt verwijtbaar (e-grond)
In AR 2026-1046 oordeelt de kantonrechter over de vraag of een ICT-medewerker bij een school permanent thuis mag blijven werken. Anders dan werknemer stelt, is er geen sprake van een volledig thuiswerkbeleid of -afspraak. Volgens de rechter mag een werkgever werknemers bovendien een redelijke instructie geven om weer gedeeltelijk op locatie te werken. Werknemer heeft onvoldoende onderbouwd dat zijn werkzaamheden uitsluitend in de avond- en nachturen kunnen worden verricht of dat fysieke aanwezigheid medisch onverantwoord was. Door, ondanks herhaalde verzoeken, het verbetertraject en mediation, te blijven weigeren aan deze instructie te voldoen, en mede gelet op de eerdere incidenten met een collega, handelt werknemer verwijtbaar. De kantonrechter achtte voortzetting van de arbeidsovereenkomst daarom niet langer van werkgever te vergen. Van ernstig verwijtbaar handelen was echter geen sprake, omdat werknemer door de feitelijke werkwijze sinds 2020 kon menen dat fysieke aanwezigheid niet strikt werd verlangd. 

Ktr.: onterecht ontslag supermarktmanager leidt tot € 100.000 billijke vergoeding
In AR 2026-1049 oordeelt de kantonrechter dat het ontslag van een supermarktmanager wegens vermeend frauduleus gedrag (ongedaan maken van ‘zwarte uren’) onterecht is. In deze procedure komt niet vast te staan of werknemer zogenoemde zwarte uren of rode uren (systeemfout-uren) heeft verwijderd. Daardoor houdt het ontslag op staande voet geen stand. Aan werknemer komt een billijke vergoeding toe van € 100.000 (compensatie van drie jaar loonderving). Volgens de kantonrechter ligt het niet voor de hand dat werkgever op een andere grond de arbeidsovereenkomst alsnog had kunnen doen eindigen. Daar staat tegenover dat werknemer ruim zeventien jaar voor werkgever heeft gewerkt en weliswaar een nieuwe baan heeft, maar tegen lagere arbeidsvoorwaarden.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. drs. T.J. (Theo) Post (hoofdredactie)

Hoge Raad

Hof

Rechtbank