Naar boven ↑

Update

Nummer 26, 2026
Uitspraken van 25 juni 2026 tot 1 juli 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. drs. T.J. Post, O.G.M. Arkesteijn, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M. Barendregt, mr. S.C. Frinking, M.J. van Gils, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Nota naar aanleiding van tweede verslag ‘Meer zekerheid flexwerkers’
Afgelopen maandag verscheen de tweede nota naar aanleiding van het verslag inzake het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers. In deze nota antwoordt de regering op diverse kritische vragen van de VVD over de uitwerking van de flexwet. De nota bevestigt opnieuw dat de flexbepalingen (pas) per 1 januari 2028 in werking zullen treden. Aan het slot doet de minister de toezegging niet alleen ‘flex minder flex’ te maken, maar vast ook minder vast: ‘Op de middellange termijn wil het kabinet ook met sociale partners in gesprek om te kijken waar werkgevers kunnen worden geholpen om de wendbaarheid van vaste contracten te verhogen (en waar flex momenteel té flex is), en dat te hervormen waar nodig. Want wendbaarheid voor met name mkb en start-ups is heel belangrijk. Zo zijn in het coalitieakkoord al een aantal richtingen geschetst om stappen op te zetten, zoals meer ruimte in het afspiegelingsbeginsel bij ontslagprocedures, hervorming van de transitievergoeding, verbetering van de re-integratie en een betere stimulering van “van-werk-naar-werk”. Ook op deze onderdelen zet de regering zich de komende periode in, om toe te werken naar een beter werkende arbeidsmarkt voor werknemers én werkgevers.’ (p. 7).

De verwachting is dat het wetsvoorstel nu gereed is voor plenaire behandeling.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Ktr.: herplaatsing binnen een andere juridische entiteit binnen concern kwalificeert niet als ‘ontslag’ en geeft werknemer geen recht op transitievergoeding
In  AR 2026-1005 staat de vraag centraal of een werknemer na herplaatsing bij een andere juridische werkgever aanspraak kan maken op de transitievergoeding van de latende bv. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is. Sortiva Recycling heeft in het kader van de op haar rustende verplichting tot het onderzoeken van de mogelijkheden tot herplaatsing, passende functies aan werknemer aangeboden en een van die functies heeft werknemer vervolgens geaccepteerd. Er is dus sprake geweest van een succesvolle herplaatsing en niet van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Door de herplaatsing is die beëindiging juist voorkomen. Dat de aangeboden functie bij een andere onderneming was en er een nieuwe arbeidsovereenkomst is ondertekend, maakt niet dat er sprake is geweest van een beëindiging. Een werkgever moet bij de mogelijkheden tot herplaatsing immers ook kijken naar passende functies bij andere ondernemingen binnen de groep waartoe de werkgever behoort. Dat is in dit geval gebeurd, aangezien Sortiva B.V. onderdeel uitmaakt van dezelfde groep als Sortiva Recycling. Nu de vestiging in Vijfhuizen juridisch gezien onder een andere werkmaatschappij valt en er op grond van de toepasselijke cao onder meer nadere afspraken zijn over de hoogte van het salaris, is het logisch dat er een nieuwe arbeidsovereenkomst is opgesteld ter vastlegging hiervan. Dat betekent echter niet dat daarmee de eerdere arbeidsovereenkomst is geëindigd.

Ktr.: consignatiedienst versus bereikbaarheidsdienst
In AR 2026-0989 oordeelt de kantonrechter over de vraag of het Maasstad Ziekenhuis eigenstandig de regel kon en mocht hanteren om ‘oproepdiensten’ met minder dan 50% daadwerkelijke oproepen te beschouwen als ‘consignatiediensten’ omdat sprake zou zijn van ‘onvoorziene omstandigheden’. Naar het oordeel van de kantonrechter is in de cao aansluiting gezocht bij de definities uit de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit. Hieruit volgt dat er om te kunnen spreken van consignatiediensten sprake moet zijn van een verplichting om alleen in onvoorziene omstandigheden te komen werken. Het zijn van achtervang voor eerstelijns zorgmedewerkers is geen ‘onvoorziene omstandigheid’. Ook niet als de inzet minder dan 50% bedraagt.

Hof: Wfw-verzoek urenuitbreiding van 90% naar 100% toegewezen, omdat werkgever te laat reageert
In AR 2026-0985 oordeelt het hof onder meer dat het verzoek tot urenuitbreiding van 90% naar 100% moet worden toegewezen, omdat werkgever niet tijdig heeft gereageerd op het verzoek van werknemer (art. 2 lid 12 Wfw). In dezelfde uitspraak overweegt het hof dat het niet toekennen van het intrekkingsrecht aan werknemer in eerste aanleg, hem niet in zijn belangen heeft geschaad, omdat de wens van werknemer was gelegen in het verkrijgen van een transitievergoeding. Nu in eerste aanleg op het voorwaardelijk tegenverzoek van werkgever is besloten onder toekenning van een transitievergoeding is werknemer niet in zijn belangen geschaad.

Hof: dynamisch incorporatiebeding blijft dynamisch na OVO, ondanks eigen AVR
In AR 2026-0981 oordeelt het hof dat op grond van Asklepios een dynamisch incorporatiebeding zijn geldigheid behoudt na de overgang van onderneming. De wens tot harmonisatie en een eigen – concurrerend – arbeidsvoorwaardenpakket is onvoldoende om via Stoof/Mammoet tot een (eenzijdige) wijziging van arbeidsvoorwaarden te komen. Van strijdigheid met vrijheid van ondernemerschap is geen sprake.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. drs. T.J. (Theo) Post (hoofdredactie)

Hof

Rechtbank