Naar boven ↑

Update

Nummer 25, 2026
Uitspraken van 18 juni 2026 tot 24 juni 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. drs. T.J. Post, O.G.M. Arkesteijn, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M. Barendregt, mr. S.C. Frinking, M.J. van Gils, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Rechtsvermoeden op basis van tarief aangenomen
Dinsdag 16 juni heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel rechtsvermoeden op basis van een tarief. Dit tarief zal per 1 januari 2026 zijn bepaald op € 38 per uur. Als werkers een beroep doen op het rechtsvermoeden moeten de werkverschaffers aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Kunnen ze dat niet, dan is sprake van schijnzelfstandigheid en heeft een werker ook recht op de bescherming die hoort bij iemand in loondienst, zoals recht op loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HvJ EU: verschil van inzicht over zin en onzin van vaccinatieplicht tegen COVID is een ‘overtuiging’ in de zin van Richtlijn 2000/78/EG (gelijke behandeling)
In AR 2026-0975 stelt een officier van de krijgsmacht dat hij ten onrechte is geschorst zonder behoud van loon omdat hij weigerde mee te werken aan een vaccinatie tegen COVID. Volgens hem was de effectiviteit van vaccineren versus negatief testen niet aangetoond op grond van wetenschappelijk bewijs. Het Hof van Justitie legt uit dat een dergelijke opvatting (andere mening of politieke opvatting) niet valt onder de term ‘overtuiging’ in de zin van de Richtlijn 2000/78/EG. Het feit dat civiel personeel bij defensie niet verplicht is mee te werken aan vaccinatie, maakt niet dat er sprake is van een verboden onderscheid op een van de benoemde gronden van de richtlijn. De richtlijn heeft geen betrekking op verschil in behandeling op grond van beroepsactiviteit.

Hof: niet werken wegens conflict komt voor rekening werknemer, ondanks latere ziekmelding
In AR 2026-0946 oordeelt het Hof dat werknemer geen recht heeft op doorbetaling van loon, omdat hij zelf wegens een conflict de werkzaamheden had neergelegd (11 november) en pas daarna een ziekmelding (18 november) had gedaan. Artikel 7:628 lid 1 BW bepaalt dat de werkgever verplicht is het loon te voldoen indien de werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet heeft verricht, tenzij het geheel of gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen. De werknemer heeft geen recht op loon tijdens ziekte, indien hij zonder ziek te zijn daarop geen recht zou hebben gehad. Uitgangspunt is dat de primaire oorzaak van het niet-werken bepaalt of de loondoorbetalingsplicht moet worden getoetst aan artikel 7:628 BW of artikel 7:629 BW.

Ktr.: werkgever heeft geen Engelstalig werk meer voorhanden en werknemer is Nederlandse taal onvoldoende machtig (a-grond)
In AR 2026-0945 staat de vraag centraal of Teleperformance een a-grond heeft voor beëindiging van de arbeidsovereenkomsten van haar Engelstalige medewerkers die de Nederlandse taal niet machtig zijn door verval van Engelstalige opdrachten. De kantonrechter oordeelt dat de functie van klantenservicemedewerker in feite moet worden onderverdeeld in een functie van Engelstaligen en een functie van Nederlandstaligen. Hierdoor is er geen sprake van uitwisselbaarheid met Nederlandse-voertaalfuncties. De a-grond wordt toegewezen.

Ktr.: werknemer maakt geen misbruik van recht door urenuitbreiding te verzoeken met als gevolg dat hij nog meer seniorenverlofdagen opbouwt
In AR 2026-0934 oordeelt de kantonrechter dat het verzoek tot urenuitbreiding (van 128 naar 160 uur per periode)  van een seniore werknemer die daardoor extra seniorendagen verwerft, niet tot misbruik van recht leidt. Het enkele feit dat bij een urenuitbreiding ook meer verlofrechten ontstaan, maakt nog niet dat er sprake is van onevenredigheid tussen het belang van werknemer en het belang dat daardoor wordt geschaad. De financiële verbetering staat volgens de kantonrechter nog in een redelijke verhouding tot de te leveren arbeidsprestatie. Verder is niet gebleken van zwaarwegende bedrijfsbelangen die aan toewijzing in de weg staan. 

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. drs. T.J. (Theo) Post (hoofdredactie)

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hof

Rechtbank