Naar boven ↑

Update

Nummer 24, 2026
Uitspraken van 11 juni 2026 tot 17 juni 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. drs. T.J. Post, O.G.M. Arkesteijn, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M. Barendregt, mr. S.C. Frinking, M.J. van Gils, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HvJ EU: contractoverneming na instemming werknemer kan niet kwalificeren als een ‘gunstigere nationale bepaling’ in het kader van overgang van onderneming
In AR 2026-927 oordeelt het Hof van Justitie EU over de vraag of een nationale bepaling van contractoverneming kwalificeert als een gunstigere bepaling in de zin van artikel 8 Richtlijn. Werknemer had een loonvordering op vervreemder en de verkrijger (b)leek onvoldoende in staat de achterstallige lonen te voldoen. Omdat de Roemeense wetgever evenwel geen hoofdelijke aansprakelijkheid voor schulden voor de overgang heeft geïmplementeerd, gaan de schulden in beginsel over op verkrijger met bevrijding van aanspraken op de vervreemder. Het Hof oordeelde dat een nationale regeling van contractoverneming die instemming van de schuldeiser vereist niet als een gunstigere bepaling in de zin van de OvO-richtlijn mag worden beschouwd. Of in casu misbruik wordt gemaakt van Unierecht moet worden beoordeeld aan de hand van objectieve criteria die dit vermeende misbruik zouden moeten staven.

HR: werkgever aansprakelijk voor RSI-klachten
In AR 2026-928 oordeelt de Hoge Raad (art. 81 RO) over aansprakelijkheid van de werkgever voor RSI-klachten. A-G Hartlief schetst op fraaie wijze in zijn inleidende beschouwingen op de cassatieklachten het juridisch kader van stel- en bewijsplicht bij beroepsziektes. Hij relativeert de waarde van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel bij onder meer RSI en legt de causaliteitsknelpunten bloot. Uiteindelijk kenmerkte de onderhavige zaak zich door een (gewoon) causaal verband dat in eerste aanleg uit een deskundigenoordeel werd aangenomen en in hoger beroep werd bekrachtigd (arbeidsomstandigheden van werknemer werden gekenmerkt door een expositie aan beeldschermwerk die de geldende normen overschrijdt, hoge ervaren werkdruk, onvoldoende rustmomenten en een door de werkhouding onvoldoende ontspannen nek-schouderregio). Deze specifieke casus maakt dat de aansprakelijkheid kwam vast te staan. De A-G tempert de verwachtingen van andere RSI-werknemers, omdat vaak het causaal verband nu juist lastig(er) is aan te tonen. De Hoge Raad doet de zaak met artikel 81 RO af.

Hof: Temper toch uitzendwerkgever. Bonden zowel via Wet AVV als WAMCA ontvankelijk
In AR 2026-929 oordeelt het Hof Amsterdam dat Temper toch (uitzend)werkgever is. De nauwe betrokkenheid bij de wijze waarop de contractuele regeling van de driehoeksverhouding tussen Temper, de werker en de opdrachtgever tot stand komt, de wijze waarop de beloning wordt bepaald en deze wordt uitgekeerd en de hoogte van deze beloningen, alsmede de geringe mate van commercieel risico gelopen door werkers, relatief lage vergoedingen in relatie tot vrijwel ontbreken en serieus ondernemerschap en het vrijwel structureel verrichten van ingebed werk bij de inlener, maken dat op basis van de Deliveroo-criteria sprake is van een arbeidsovereenkomst, waarbij het formele gezag bij Temper en het materiële gezag bij de inlener ligt. Dat een groot aantal Temperaars klussen aannemen om onder aan te besteden, doet hieraan niet af.

Het hof gaat uitgebreid in op de toewijsbaarheid van vorderingen op grond van artikel 3 Wet AVV en de collectieve actie (art. 3:305a BW), beter gezegd de WAMCA-claim. Naar het oordeel van het hof is op beide gronden de vordering toewijsbaar. De vermeende pluriformiteit van werkers staat een toewijzing niet in de weg, omdat het platform zich jegens hen op gelijke wijze gedraagt.

Hof: werknemer die eenzijdig en zonder instemming werkgever besluit permanent vanuit Spanje zijn functie uit te oefenen, geeft werkgever een dringende reden voor ontslag
In AR 2026-876 oordeelt het hof dat werkgever werknemer terecht op staande voet heeft ontslagen nadat hij definitief weigerde terug te keren naar Nederland om zijn functie uit te oefenen. Volgens het hof is voldoende komen vast te staan dat werknemer als accountmanager verkoop grotendeels bij klanten in Nederland, België en Duitsland op bezoek ging. Het werken vanuit Spanje was geen optie voor de werkgever.

Ktr.: risico intrekking verblijfstatus kennismigrant na eindigen tijdelijke beschermingsregeling Oekraïne, komt voor rekening werkgever
In AR 2026-925 oordeelt de rechter over de vraag in wiens risicosfeer het verlies van een verblijfstatus dient te komen. Met het oog op het eindigen van de tijdelijke beschermingsregeling voor ingezetenen van Oekraïne heeft werkgeefster voor werkneemster een verblijfsvergunning als kennismigrant aangevraagd. De verblijfsvergunning als kennismigrant is vervolgens met terugwerkende kracht ingetrokken, omdat een BIG-registratie vereist was, terwijl werkneemster daar niet over beschikte. De kantonrechter volgt het standpunt van werkneemster dat het ontbreken van een werkvergunning in de risicosfeer van werkneemster ligt slechts ten dele. De primaire reden dat werkneemster de arbeid niet kan verrichten is gelegen in haar ziekte. Tot het moment dat werkneemster fysiek weer in staat is om de werkzaamheden te hervatten, dient werkgeefster aan haar wettelijke loondoorbetalingsverplichting te voldoen. Na dit moment komt de verhindering om te werken in redelijkheid voor rekening van werkneemster omdat zij niet meer over de benodigde vergunningen beschikt. 

Ktr.: niet melden van ontvreemding (zonder toestemming meegenomen) laptop van de Staat, rechtvaardigt ontslag op staande voet
In AR 2026-894 oordeelt de rechter dat het ontslag op staande voet van een medewerker van het ministerie RWS terecht is verleend. De dringende reden voor RWS om werknemer ontslag op staande voet te geven was een combinatie van factoren. In de eerste plaats het gegeven dat werknemer zonder toestemming van RWS zijn werklaptop had meegenomen naar het buitenland, dat deze laptop aldaar was ontvreemd, dat werknemer daar niet meteen melding van had gemaakt, een en ander in combinatie met een aantal ongeloofwaardige uitlatingen rondom zijn reis naar het buitenland en hetgeen hij in het buitenland wilde verrichten voor RWS en dat allemaal in het licht van het feit dat werknemer nog geen half jaar daarvoor een duidelijke waarschuwing had gekregen dat bij een volgende overtreding van de richtlijnen van RWS werknemer rekening diende te houden met ontslag op staande voet. 

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. drs. T.J. (Theo) Post (hoofdredactie)

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hoge Raad

Hof

Rechtbank