Naar boven ↑

Update

Nummer 20, 2026
Uitspraken van 14 mei 2026 tot 20 mei 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. R. van Hemert, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HvJ EU: behoefte aan tijdelijke arbeid moet in een werkelijke (concrete) behoefte voorzien
In AR 2026-0751 oordeelt het Hof van Justitie EU naar aanleiding van een inbreukprocedure van de Europese Commissie dat Italië onvoldoende maatregelen heeft getroffen om misbruik van tijdelijke arbeidskrachten te voorkomen, wat administratief, technisch en ondersteunend (ATO-)personeel betreft. Het Hof herhaalt dat fluctuerende studentenaantallen in beginsel een objectieve reden kunnen vormen voor tijdelijke arbeid, maar dat die behoefte wel concreet en werkelijk moet zijn. In de praktijk bleek dat het aantal studenten/leerlingen al jaren afnam, terwijl het aantal ATO-werknemers juist toenam. Daarmee kon de aangevoerde ‘objectieve reden’ niet langer als rechtvaardiging dienen.

HR: oldie but a goodie: S./Reclassering
De laatste tijd publiceert rechtspraak.nl ‘oude rechtspraak’ van de Hoge Raad. Deze week troffen we onder meer S./Reclassering aan (AR 2026-0752). In dit arrest van de Hoge Raad uit 1999 volgt dat de zorgplicht van de werkgever verband houdt met de ‘zeggenschap over de werkvloer’. Een ‘werkgerelateerd ongeval’ in de privésfeer (S. werd thuis opgewacht door een reclasseringscliënt die hem 40 keer met een ijzeren hamer op het hoofd sloeg) valt niet onder de reikwijdte van artikel 7:658 BW. Onder bijzondere omstandigheden kan aansprakelijkheid worden aanvaard op grond van het goed werkgeverschap, waarbij voor gevallen als de onderhavige zaak kan worden gedacht aan een, ook aan de werkgever bekend, specifiek en ernstig gevaar.

Ktr.: weigering terug te keren na ziekte in buitenland leidt tot rechtsgeldige loonstop wegens belemmeren van re-integratie; structureel onbereikbaar zijn leidt tot e-grond-ontslag zonder transitievergoeding
In AR 2026-0739 oordeelt de kantonrechter dat er sprake is van een terechte loonstop, omdat werkneemster sinds haar ziekmelding voornamelijk in het buitenland (bij familie) verbleef terwijl uit de adviezen van de bedrijfsarts blijkt dat er met het oog op haar re-integratie onderzoeken dienden plaats te vinden in Nederland. Door het voortdurende verblijf van werkneemster in het buitenland hebben deze onderzoeken met veel vertraging plaatsgevonden en kon gedurende die tijd geen concrete invulling worden gegeven aan haar re-integratie. Werkneemster stelt zich (vooral) op het standpunt dat zij in Nederland niet over een vangnet beschikt waardoor zij genoodzaakt is om in Israël te verblijven, maar dit is geen omstandigheid die voor rekening van werkgever dient te komen. Werkgever mocht bovendien ook dan minst genomen van werkneemster verwachten dat zij zich proactief opstelde en digitaal goed bereikbaar zou zijn voor (afspraken met) de bedrijfsarts en deskundigen. Dat is onvoldoende het geval geweest.

In AR 2026-0741 oordeelt de kantonrechter dat het stelselmatig niet meewerken aan re-integratieverplichtingen ondanks loonopschortingen en waarschuwingen van de werkgever een e-grond oplevert met ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van werknemer (geen transitievergoeding). Het structureel onbereikbaar zijn en niet reageren op oproepen van de Arboarts en werkgever gaven de doorslag.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. L. (Linde) Kirkpatrick (hoofdredactie)

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hoge Raad

Hof

Rechtbank