Naar boven ↑

Update

Nummer 18, 2026
Uitspraken van 30 april 2026 tot 6 mei 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. R. van Hemert, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Wetsvoorstel beperking compensatie transitievergoeding uitgesteld tot 1 januari 2027
Bij brief van 24 april jl. heeft minister Vijlbrief aangekondigd de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Compensatieregeling LAO uit te stellen tot 1 januari 2027. Vanwege de demissionaire status van het vorige kabinet en het voornemen van het huidige kabinet om de regeling volledig af te schaffen, is vertraging ontstaan. Het wetsvoorstel Compensatieregeling LAO moet nog door beide Kamers worden behandeld. Werkgevers en werknemers dienen op tijd geïnformeerd te worden over deze wetswijziging en het UWV heeft aangegeven onomkeerbare stappen te moeten zetten in de laatste drie maanden vóór inwerkingtreding. Met het oog hierop en op het zeer krappe tijdpad voor parlementaire behandeling acht de minister het onverstandig vast te houden aan 1 juli 2026 en wordt de nieuwe voorziene inwerkingtredingsdatum 1 januari 2027. Dit half jaar vertraging leidt tot een besparingsverlies, dat van dekking zal worden voorzien op de SZW-begroting bij de Miljoenennota 2027.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Hof: transitievergoeding (soms) bij verwijtbaar, in plaats van ernstig verwijtbaar, handelen werkgever verschuldigd
In AR 2026-0686 overweegt het Hof Den Haag – nadat ernstig verwijtbaar handelen in die zaak was vastgesteld – dat ook indien geen ernstig, maar slechts verwijtbaar handelen was vastgesteld, de werkgever in dit geval de transitievergoeding aan werkneemster verschuldigd was. In dit geval had werkneemster zelf de arbeidsovereenkomst opgezegd nadat een acht jaar lange affectieve relatie met werkgever tot een einde was gekomen en daarna de verhoudingen verstoord raakten. Het hof overweegt dat een goed werkgever in zo’n geval met werkneemster bespreekt of en hoe de arbeidsrelatie kan worden voortgezet en als dit niet het geval is, hoe tot een nette beëindiging van zo’n relatie wordt gekomen. Het aannemen van een vervanger, het schorsen van werkneemster en het deels staken van loonbetaling, past niet bij wat van een goed werkgever mag worden verwacht.

Ktr.: sabbatical leave oudere werkneemster kan niet worden gezien als verkapte RVU-regeling
In AR 2026-0668 staat de vraag centraal of het sparen voor sabbatical leave (340 uur) vanaf 57 jaar tot aan de pensioenleeftijd een met de RVU-regeling strijdige verlofvorm is die door de werkgever mag worden geweigerd. Daarvan is volgens werkgever geen sprake als werknemers in een periode van 10 jaar voorafgaand aan de AOW-leeftijd alleen sabbatical-uren kunnen opnemen als zij 50% van de werktijd per week blijven werken. Als werkneemster jaarlijks in het voorjaar een PDI-sabbatical (maximaal 340 uren per jaar) opneemt en vervolgens weer aan het werk gaat, is dat verlof – zonder nadere toets – niet te beschouwen als een overbrugging naar de AOW-leeftijd, aldus de rechter. De cao staat ook geen ‘PDI-urenstuwmeer’ toe, zodat de PDI-uren in beginsel ook feitelijk niet door een individuele werknemer kunnen worden ingezet als vervroegd pensioen of het eerder stoppen met werken. Dat de belastinginspecteur een zienswijze heeft gegeven over het RVU-risico doet aan voorgaande niet af. Kortom, de fiscale regels vormen geen gewichtige reden voor het weigeren van de door werkneemster gewenste verlofopname voor 2027.

Ktr.: vrijstelling van werk tot einde dienstverband en bij vinden van andere baan voor die tijd ‘in overleg’ betekent geen automatisch einde dienstverband bij aanvaarden andere baan
In AR 2026-0683 staat een veelvoorkomende bepaling centraal waarin een werknemer tot einde dienstverband wordt vrijgesteld van werkzaamheden om zonder financiële druk een nieuwe baan te vinden. Als werknemer een nieuwe baan voor die tijd aanvaardt, dan treden partijen in overleg over de wijze van beëindiging van het dienstverband met werkgever. Volgens de kantonrechter is slechts de wens van werkgever vastgelegd om daarover in overleg te treden en dat betekent geenszins dat de uitkomst van een dergelijk overleg ook is dat de arbeidsovereenkomst per de datum van indiensttreding bij een nieuwe werkgever, althans eerder dan 31 december 2025, wordt beëindigd. Naar het oordeel van de kantonrechter lag het op de weg van werkgever om – desgewenst – aan werknemer vooraf duidelijk te maken dat hij de vrijstelling van werk wenste te clausuleren en in dat kader duidelijke afspraken te maken over de (mogelijke) gevolgen van een eerdere indiensttreding bij een andere werkgever. Dat is niet gebeurd en dat dient voor risico van werkgever te komen. 

Ktr.: tijdelijke tegemoetkoming werktijden wegens opvang kinderen na scheiding is geen verworven recht, maar tijdelijke regeling die eindigt na basisschool
In AR 2026-0682 oordeelt de kantonrechter dat de loonkorting van 5% terecht is opgelegd aan een werknemer die op dinsdagmiddag na 14.30 en woensdag voor 9.00 niet meer werkt. Deze afspraak was na de scheiding van werknemer met zijn partner tijdelijk gemaakt om de basisschoolkinderen op te vangen voor de duur dat zij niet alleen naar school konden gaan. Inmiddels zijn de kinderen niet langer meer op de basisschool, zodat deze aangepaste werktijden niet meer gelden. Werknemer weigert evenwel op de reguliere werktijden te komen werken.

Ktr.: min-(zonder max-)contract kwalificeert als oproepovereenkomst
In AR 2026-0680 oordeelt de kantonrechter dat werkneemster terecht een beroep doet op artikel 7:672 lid 5 BW. Partijen hebben slechts een minimale maandelijkse arbeidsduur (91 uur per maand) afgesproken, maar geen maximale. De omvang van de arbeid is daarom onvoldoende bepaald. Daarmee is het oproepkarakter van de overeenkomst niet komen te vervallen. In de arbeidsovereenkomst of cao is verder ook geen opzegbeding voor oproepovereenkomsten opgenomen. Werkneemster is dus terecht uitgegaan van een opzegtermijn van vier dagen.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. L. (Linde) Kirkpatrick (hoofdredactie)

Hof

Rechtbank