Naar boven ↑

Update

Nummer 14, 2026
Uitspraken van 2 april 2026 tot 8 april 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. R. van Hemert, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

Raad van State: Advies over wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen
Op 7 april heeft de Raad van State zijn op 1 april jl. vastgestelde advies over het Wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen gepubliceerd. De Afdeling advisering onderschrijft het belang om loonverschillen tussen mannen en vrouwen te verkleinen. Als middel om dit doel te bereiken hebben de voorgestelde maatregelen wel substantiële gevolgen voor met name werkgevers. Het is belangrijk om daaraan voldoende aandacht te besteden. Ook mogen de verwachtingen van het resultaat niet te hoog gespannen zijn, omdat een wet alleen niet zorgt voor verandering van de werkelijkheid. Een realistische uiteenzetting in de toelichting bij het wetsvoorstel van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Nederlandse uitwerking van de maatregelen is wenselijk. In dit verband wijst de Afdeling daarnaast op het volgende. Uit de uitvoerings- en handhavingstoets van de Arbeidsinspectie blijkt dat haar toezicht voornamelijk administratief van aard zal zijn. De verplichte loonrapportage van de werkgever kan de Arbeidsinspectie enkel beoordelen op aanwezigheid, niet op juistheid. Om deze reden verwacht de Arbeidsinspectie beperkt effect van het toezicht en acht zij dit geen effectieve inzet van haar toezichtcapaciteit. De Arbeidsinspectie wijst op de haars inziens wenselijkere lidstaatoptie om de loonrapportages van werkgevers voor het overgrote deel door een nationale overheidsdienst te laten opstellen.

De Afdeling merkt op dat wordt afgezien van deze lidstaatoptie, terwijl hiermee de lasten voor werkgevers kunnen worden verminderd en de vergelijkbaarheid van de informatie wordt bevorderd. De toelichting vermeldt dat deze optie is onderzocht, maar dat is gebleken dat met de nu beschikbare gegevens onvoldoende kan worden voldaan aan de verplichtingen uit de richtlijn.

Het advies zegt niets over eventuele gevolgen van een vastgesteld ‘beloningsverschil’.

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Ktr.: tien jaar lang uitlenen door Indiase werkgever leidt tot arbeidsovereenkomst met dochteronderneming in Nederland
In AR 2026-0513 staat de vraag centraal of ondanks de herhaaldelijk verlengde detachering vanuit India door de moeder (Tata Limited) aan dochter in Nederland (Tata NL), op enige moment niet (ook) een arbeidsovereenkomst met de dochter is ontstaan. Volgens de kantonrechter is dit het geval. Volgens de tekst van de laatst getekende verlenging van de Deputation-overeenkomst is die overeenkomst op 27 januari 2023 geëindigd. Werknemer is ook daarna zonder onderbreking voor Tata NL vanuit Nederland blijven doorwerken. Daarbij heeft hij al die tijd (alleen) opdrachten gekregen van Tata NL, was hij ingebed in de werkorganisatie van Tata NL – hij werkte zij aan zij met zijn collega’s van Tata NL op werklocaties in Nederland – en werd hij door haar betaald. Vanaf 2020 gold voor werknemer niet langer de expatregelgeving van maximaal vijf jaar, op grond waarvan Tata NL maximaal 30% van het loon belastingvrij mocht uitbetalen en heeft werknemer AOW-rechten opgebouwd in Nederland. Werknemer is in 2021 genaturaliseerd tot Nederlander, waarbij hij zijn Indiase nationaliteit is verloren. In de tussen Tata Limited en Tata NL gesloten inleenovereenkomst, waarin is bepaald dat Tata NL de economische werkgever van gedetacheerde werknemers is, wordt Tata NL het volledige beheer en de volledige controle over de gedetacheerde werknemer toebedeeld; de gedetacheerde werknemer wordt ook uitsluitend aan Tata NL ter beschikking gesteld en deze werknemers zijn (alleen) verantwoording verschuldigd aan Tata NL, aldus de overeenkomst. Dit alles maakt dat vanaf in ieder geval 2023 (ook) sprake is van werkgeverschap door TataNL.

Ktr.: contractuele ontslagvergoedingsregeling uit eerste overeenkomst dient negentien jaar later alsnog te worden nagekomen
In AR 2026-0544 oordeelt de kantonrechter te Den Haag over een geschil tussen een werkneemster en de ambassade van Oman te Den Haag. Volgens de kantonrechter komt de ambassade geen beroep toe op immuniteit van rechtsmacht, nu werkneemster geen functie uitoefent ‘voor het vervullen van bepaalde functies in de uitoefening van bevoegdheden van de overheid’. Door werkneemster tijdens ziekte op oneigenlijke gronden te ontslaan handelt werkgever ernstig verwijtbaar. In de eerste arbeidsovereenkomst van werkneemster was een contractuele afvloeiingsregeling opgenomen. In de nadien gesloten overeenkomsten niet meer. Volgens de rechter heeft werkneemster echter nooit afstand gedaan van die afvloeiingsregeling en dient deze alsnog te worden nagekomen.

Ktr.: werknemer die werkneemster in privétijd klap met vlakke hand geeft na onderlinge schermutseling is terecht op staande voet ontslagen
In AR 2026-0525 oordeelt de kantonrechter dat er sprake is van een terecht ontslag op staande voet nadat twee collega’s elkaar in de nacht opzoeken, in de bedrijfswagen seksueel contact hebben en daarna een handgemeen ontstaat, waarna werknemer werkneemster niet geheel aangekleed uit de auto zet en haar haar kleding toewerpt. Gedragingen buiten werktijd kunnen een dringende reden opleveren. Het gedrag van de werknemer moet dan wel een duidelijk negatieve invloed hebben op het functioneren van de werknemer, de goede naam van het bedrijf of de verhoudingen op de werkvloer. De klap in de auto ziet de kantonrechter als mishandeling, ook al was er sprake van het over en weer gebruik van fysiek geweld. Mishandeling van een medewerknemer wordt in artikel 7:678 lid 2 aanhef en onder e BW genoemd.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. L. (Linde) Kirkpatrick (hoofdredactie)

Hof

Rechtbank