Naar boven ↑

Update

Nummer 13, 2026
Uitspraken van 26 maart 2026 tot 1 april 2026
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. R. van Hemert, mr. P.H. de Jongh, mr. C.P. Kuijer, mr. drs. T.J. Post, I.J. Schipper, mr. S.A. Slootweg, mr. V. Twilt, mr. R.R.T. van de Ven en mr. S. Wiersma-Helal.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u weer een nieuwe AR Update aan.

AR-annotatie: Opbouw van vakantiedagen tijdens slapende dienstverbanden: geldt de jurisprudentie van het Hof van Justitie ook voor Nederland?
In AR 2026-0321 treffen we een uitgebreide annotatie van prof. Pennings aan bij de prejudiciële vragen rondom opbouw van vakantiedagen tijdens slapende dienstverbanden. Pennings zet op fraaie wijze de rechtspraak van het Hof van Justitie EU uiteen rondom opbouw van vakantiedagen (ook) bij ziekte. Hij gaat in op de argumenten voor en tegen opbouw van vakantiedagen tijdens ‘slapende dienstverbanden’ en wijst erop dat vrijwel alle Europese zaken ook slapende dienstverbanden betroffen. Deze complete annotatie geeft de Hoge Raad voldoende ‘food for thought’ en de rechtspraktijk sturing in het ‘open debat’ over vakantiedagenopbouw tijdens slapende dienstverbanden. Een must read in het Paasweekend.

Wetsvoorstel advies bedrijfsarts leidend bij re-integratietoets zieke werknemer
Afgelopen vrijdag is het wetsvoorstel advies bedrijfsarts leidend bij re-integratietoets zieke werknemer voor advies naar de Raad van State gestuurd. In de nieuwe situatie wordt het advies van de bedrijfsarts leidend bij deze toets. Dit biedt werkgevers meer zekerheid bij de verplichtingen rond loondoorbetaling bij ziekte. Werkgevers weten zo namelijk dat ze voldoende hebben gedaan als ze invulling geven aan het advies van de bedrijfsarts. Ook scheelt het de verzekeringsartsen van het UWV werk, waardoor zij meer tijd overhouden voor het beoordelen van de aanvragen voor een uitkering. 

Vanwege de lange wachttijden voor een WIA-uitkering(stoets) is besloten de voorschotten aan werknemers (tijdelijk) niet meer terug te vorderen. Dit is een tijdelijke maatregel die ervoor zorgt dat mensen later niet geconfronteerd worden met forse terugvorderingen als gevolg van de lange wachttijden. Het kabinet heeft besloten om dit beleid in de wet vast te leggen. Ook verandert de manier waarop WIA-voorschotten worden gefinancierd. 

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

HR: loonvordering en matiging wettelijke verhoging na herkwalificatie zzp tot arbeidsovereenkomst (art. 81 Wet RO)
In AR 2026-0497 komt (indirect) het vraagstuk van herkwalificatie aan de orde, nadat een zzp-samenwerking door het hof is gekwalificeerd als arbeidsrelatie. De werknemer vorderde cao-toeslagen en vakantiedagen en vond bovendien dat het hof niet (gemakkelijk) van zijn matigingsbevoegdheid ex artikel 7:625 BW gebruik had mogen maken. De A-G (Drijber) concludeert tot verwerping van het cassatieberoep en overweegt onder meer als volgt. Voor zover het bestaan van een arbeidsovereenkomst in rechte wordt aangenomen, is het wel vaker de vraag op welk loon de werknemer recht heeft. Moet het overeengekomen zzp-uurtarief – dat in feite een ‘all-in beloning’ vormt – worden gehanteerd als brutoloon? En moet dat vervolgens worden vermeerderd met vakantiegeld, loon tijdens vakantie, eventuele cao-toeslagen, enzovoort? Dat hoeft niet zonder meer redelijk te zijn. Denkbaar is ook dat partijen weliswaar een zzp-tarief zijn overeengekomen, maar zij in het kader van de arbeidsovereenkomst geen loon hebben vastgesteld. In dat geval heeft de werknemer op grond van artikel 7:618 BW aanspraak op het loon dat ten tijde van het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor dergelijke arbeid gebruikelijk was (waartoe men te rade zou kunnen gaan bij de bedrijfstak-cao, als die er is). De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met verwijzing naar artikel 81 Wet RO.

Ktr.: op non-actiefstelling na anonieme klachten over onveilige werksfeer door leidinggevende gerechtvaardigd
In AR 2026-0479 oordeelt de voorzieningenrechter over een op non-actiefstelling na anonieme klachten over een onveilige werksfeer. Een op non-actiefstelling of vrijstelling van werkzaamheden is een ingrijpende maatregel, waarvoor een redelijke en zwaarwegende grond moet bestaan. Daarvan is in dit geval sprake. Werkgever heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er binnen de organisatie serieuze klachten bestaan over de wijze van leidinggeven van werknemer. De conclusies van de klachtencommissie vinden voldoende steun in de twaalf geanonimiseerde verklaringen. Uit die verklaringen komt een consistent beeld naar voren van een gespannen werkomgeving, beperkte sociale veiligheid en communicatie die door medewerkers als beschadigend of intimiderend is ervaren. Dat de verklaringen zijn geanonimiseerd, maakt dit niet anders. De voorzieningenrechter begrijpt dat dit het voor werknemer lastiger maakt om zich concreet te verweren, maar acht de keuze voor anonimisering gerechtvaardigd. Werkgever heeft voldoende toegelicht dat medewerkers alleen onder die voorwaarde wilden verklaren en dat bescherming van hun privacy en veiligheid in deze situatie zwaar weegt. Bovendien bevatten de verklaringen volgens de voorzieningenrechter voldoende concrete voorbeelden om werknemer in staat te stellen daarop te reflecteren. Ook het feit dat werknemer van sommige ondergeschikten positieve feedback heeft ontvangen, neemt de ernst van de meldingen niet weg. Positieve ervaringen van de ene groep sluiten negatieve ervaringen van anderen niet uit.

Rb.: geen onrechtmatige rechtspraak in Domino-zaak (toepassing Kobler-arrest)
In AR 2026-0478 staat de vraag centraal of de Hoge Raad in de Domino’s Pizza Bedrijfstakpensioenfonds-kwestie prejudiciële vragen had moeten stellen aan het Hof van Justitie en er door dit niet te doen sprake is van een onrechtmatige rechtspraak. De rechtbank overweegt dat voldoende is gebleken dat het Unierecht geen enkele rol heeft gespeeld in de (cassatie)procedure. Geen van partijen heeft zich in de procedure op enig moment beroepen op het vrij verkeer van diensten/het Unierecht, laat staan dat een van partijen aan de Hoge Raad heeft verzocht om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU. De A-G is in zijn conclusie evenmin op het Unierecht ingegaan. Dit was in dit geval ook logisch omdat de zaak überhaupt niet binnen de werkingssfeer van het Unierecht viel. Het geschil tussen de franchisenemers en het pensioenfonds betrof immers een zuiver interne situatie, binnen één lidstaat (Nederland). Het ging om nationale pensioenregelgeving, terwijl het Verplichtstellingsbesluit ook geen uitvoering of implementatie van Unierecht betrof. Een aangelegenheid die niet onder de reikwijdte van het Unierecht valt, kan volgens vaste rechtspraak van het HvJ EU ook niet alsnog met een beroep op rechtsbeginselen of fundamentele rechten onder de reikwijdte van het Unierecht worden gebracht. 

Ktr.: werknemer heeft recht op bonus van € 52.390,50 wegens verworven recht en begrenzing discretionaire bevoegdheid door artikel 7:611 BW
In AR 2026-0464 oordeelt de kantonrechter over een bonusregeling. Werknemer heeft in de 26 jaar dat hij voor werkgeefster werkzaam was, ieder jaar aanspraak gemaakt op een bonus of commissie. Binnen werkgeefster was het gebruikelijk dat als er geen nieuwe bonusregeling werd vastgesteld, de bonusregeling van het jaar daarvoor werd voortgezet. Werknemer mocht er dus van uitgaan dat zijn bonusregeling voor het fiscale jaar 2024 zou worden voortgezet. Werkgeefster kan voorts geen beroep doen op de discretionaire bevoegdheid die in de bonusregeling van 2024 is opgenomen. Het gebruik van die bevoegdheid is niet onbegrensd en onder meer onderworpen aan de norm van het goed werkgeverschap van artikel 7:611 BW.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. L. (Linde) Kirkpatrick (hoofdredactie)

Hoge Raad

Hof

Rechtbank