Naar boven ↑

Update

Number 10, 2020
Uitspraken van 5 maart 2020 tot 9 maart 2020
Redactie: prof. mr. dr. A.R. Houweling, mr. L. Kirkpatrick, mr. M. Assenberg van Eijsden, mr. M.S.J. Keij, mr. drs. I. Lintsen, mr. A. van der Pol, mr. S. Said en mr. S. Wiersma-Helal.

AR-annotatie
Graag wijs ik u op de AR-annotatie van Jan-Pieter Vos bij AR 2019-1258. In deze noot schetst Vos het onderscheid tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen en gaat hij onder meer in op ADV-dagen alsook bijzondere verlofdagen (‘soul searching’ dagen enz.). Tevens staat hij stil bij de doorwerking van Uniegrondrechten in het arbeidsrecht. Een onderwerp dat elke arbeidsrechtjurist zich eigen moet maken. Kortom, lees zijn noot hier!

Rechtspraak
Graag wijzen wij u op de volgende uitspraken.

Vakantiedagenbescherming geldt niet gedurende periode van vrijstelling van werk met behoud van loon (na boventalligverklaring)
In AR 2020-0278 oordeelt de kantonrechter over een bijzonder geval waarin een werkneemster per 1 juli 2017 boventallig is verklaard en op grond van de cao is vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van loon. Pas twee jaar later wordt er een einde aan de het dienstverband gemaakt. Werkneemster claimt uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen. De kantonrechter wijst erop dat uit rechtspraak van het Hof van Justitie EU volgt dat in een periode als hier aan de orde (vrijstelling van werk en doorbetaling loon) vakantieverlof geen nuttig effect sorteert. Dit leidt ertoe dat het verval van de aanspraak op de uitbetaling van vakantiedagen niet in strijd is met artikel 7 Richtlijn 2003/88/EG alsmede dat de vergaande informatieplicht zoals deze volgt uit het arrest Max Planck niet geldt.

Schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen UWV door niet (tijdig) een deskundigenoordeel af te geven
In AR 2020-0265 oordeelt het hof over de vraag of door het niet tijdig afgeven van een deskundigenoordeel, werknemer in een arbeidsconflict is geraakt over de (on)geschiktheid voor zijn werk en uiteindelijk – vanwege een loonstop gedwongen – een vaststellingsovereenkomst heeft moeten sluiten met zijn werkgever. Het hof oordeelt dat sprake is van onrechtmatig gedrag en dat schade vergoed moet worden. Van immateriële schade is – onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2019:376 – geen sprake. De schade wordt vastgesteld op de gemiste maanden loon tussen moment oordeel ongeschiktheid voor werk en einde arbeidsverhouding vanwege faillissement werkgever (tien maanden). Op deze maanden wordt in mindering gebracht de ontslagvergoeding en doorbetaalde loonperiode.

Werknemer die werkgever bedriegt, dient loon terug te betalen
In AR 2020-0283 oordeelt de rechter over een werknemer die zijn werkgever lange tijd heeft voorgelogen over ‘belangrijke investeerders’. Volgens de bedrijfsrecherche is sprake van verzonnen en in scène gezette ‘prospects’. Omdat werknemer vanaf maart uitsluitend bezig is geweest met activiteiten die te maken hebben met het bedrog, dient op grond van artikel 7:627 BW (oud) het loon over deze periode te worden terugbetaald.

AR Poll
90% is het eens met de stelling: ‘Werkgevers dienen adequate maatregelen te treffen om werknemers tegen het coronavirus te beschermen.’
De nieuwe stelling luidt: ‘Werktijdverkorting is een geschikt middel om werkgevers te compenseren voor ‘Coronaschade’. Breng hier uw stem uit.

Inzenden eigen rechtspraak
Steeds vaker ontvangen wij ingezonden rechtspraak. Dank daarvoor! Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de arbeidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, klik dan hier om de geanonimiseerde uitspraak in te zenden.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ar-updates@budh.nl.

Rest ons nog u een bijzonder fijne dag toe te wensen.

Met vriendelijke groet,

Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling en mr. L. (Linde) Kirkpatrick (hoofdredactie)
Mr. I. (Imke) Lintsen

Hof

Rechtbank

Centrale Raad van Beroep